{
terug terug verder verder
Kerkgemeente Amsterdam St. Gabriëlkerk Deurloostraat 17, 1078 HR Amsterdam

Diversen

verder verder

 

Wat kan dat toch betekenen:

blazen of ademen of ademen over iemand?

Johannes de evangelist [Joh 20:19-23] vertelt een gebeurtenis die vermoedelijk heeft plaats gevonden na de Opstanding :van Pasen.

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.

 

In het Hebreeuws (en vermoedelijk ook in het Aramees) zou dat zijn: 'Shalom', wat nu nog overal in Israël de gebruikelijke korte groet is waarvan vermoedelijk nauwelijks meer de betekenis wordt beseft. Jezus wenst zijn volgelingen nogmaals 'Shalom', nu meer nadrukkelijk: het gaat echt om vrede; vrede van het hart. en dat is hard nodig na die rampzalige kruisdood. Dan blaast hij over hen heen, en zegt: 'Ontvang de heilige Geest'.

Het moet een geweldige ervaring zijn geweest voor hen die gedrukt, te neergeslagen zich hebben afgezonderd. Eerst te ervaren dat Hij, Christus, leeft; en dan die bezieling door en van de H. Geest. Bij iedereen die hoort spreken over blazen of ademen over iemand - zoals Jezus deed - brengt dit in herinnering wat in het begin van het boek Genesis staat- daar is sprake van een scheppingsverhaal van de aarde en van de mens: de adem of Geest van God zweefde 'in den beginnen' over de wateren van een woest en ledig, nog ongevormde aarde (Gen. 1:1). En wat verder in Genesis dat God boetseerde de mens uit het stof van de aardbodem, blies de adem van het leven in de neusgaten van de mens. En zo werd die mens tot een levend, ademend wezen (Gen.2:7).

We kunnen ons nu afvragen: blies of ademde Jezus werkelijk over zijn volgelingen? - blies God werkelijk de levensadem in de neusgaten van de mens? - zweefde de Geest Gods werkelijk over de wateren? 

We kunnen wat hier vermeld staat in Genesis en in het evangelie van Johannes beschouwen als machtige beelden, als symbolen die verwijzen naar een op een of andere wijze onuitsprekelijke werkelijkheid. Maar soms lijkt het of symbool en werkelijkheid samenvallen: het symbool roept dan de werkelijkheid op en stelt die tegenwoordig. Wanneer we lachen of huilen, dan openbaart zich daarmee de werkelijke toestand van vreugde of verdriet. Wanneer een kind valt en zich bezeert, en een koesterend hand wordt op de bezeerde plek gelegd die geplaatste hand verwijzen naar de pijn, maar die ook werkelijk doen verdwijnen. Het symbolisch handelen en het effect in de werkelijkheid vallen dan samen.

Nog een voorbeeld: als we met heilig Chrisma een kruisje maken op de huid, openen we en reinigen we daarmee een chakra in het etherische lichaam van de mens? Of verwijzen we ernaar? Verwijzen, symbolen, werkelijkheid: het is hier allemaal tegelijker 'waar'!  Zo zal Jezus 'gewoon' geblazen hebben om te verwijzen naar de H. Geest, en tegelijker tijd de werking van de H. Geest over te dragen op zijn volgelingen.

Wanneer Jezus de vredegroet geeft en over zijn volgelingen blaast, dan worden zij doordrongen van de Geest van God. - letterlijk. Het zal een ervaring zijn geweest als van algehele vernieuwing, een besef van Gods Geest in hen, van eeuwigheid, van onsterfelijkheid; niet van oneindig lang leven, maar een besef van de eeuwigheid van het leven.

Al het eeuwige in ons behoort tot het meest essentiële van ons, dat wat niet vergankelijk is. Het hoort tegelijker tijd ook tot de orde van het hier-en-nu. Als we de band met dit eeuwige, met dat onvergankelijke verbreken of verliezen, zijn we dood, dan sterven wij. En dat kan ook werkelijk gebeuren - de levensvonk dooft. Daarom is de communie-bede, bij elke communie tijdens de H. Mis, zo betekenisvol: het is een bede dat het sacrament 'ons beware ten eeuwige leven', niet 'tot in het eeuwige leven'

 

Onze kerk en de gnosis

Nu er in een aantal kerkgemeenten studiebijeenkomsten beginnen over de Nag Hammadi-geschriften, is het wellicht raadzaam om kort in te gaan wat de verbinding is van onze kerk met de gnosis.

Als mooi voorbeeld van een gnostische tekst is het Gebed van Paulus de Apostel hieronder opgenomen. De Nag Hammadi-codices beginnen met dit geschrift.

 

In haar beginselverklaring stelt onze kerk zich open in het algemeen voor het proces van innerlijke esoterische ontplooiing en groei, aansluitend bij de (neo) - platonische en theosofische leringen van de oudheid, in het bijzonder van de Hellenistische smeltkroes in Alexandrië. Veel van die inzichten zijn in de hermetische en christelijke gnostische literatuur terug te vinden. Maar de gnostische benadering beperkt zich niet tot de hermetische, christelijke of Griekse bronnen; ook in het jodendom, de oosterse godsdiensten en later in de Islam treft men scholen aan met een gnostische werkwijze (kabbala, yoga, soefisme). Onze stichter-bisschop C.W. Leadbeater stelde in de twintigerjaren een boek samen dat in 1983 in het Nederlands is uitgegeven onder de naam: 'Een Christelijke gnosis'.

 

Hierin treft men voornamelijk modern theosofische beschouwingen aan en wordt slecht zelden verwezen naar de hermetische of christelijke gnostische literatuur, die we bijvoorbeeld in de Nag Hammadi geschriften verzameld vinden.

 

De Nederlandse ziener Prof. J.E. van der Stok (overleden 1958) gebruikte veelal eigen terminologie om zijn omzwervingen in de innerlijke werelden te beschrijven. Hij nam zijn toehoorders mee door de innerlijke werelden, en vroeg hen 'het koninginnelijke vermogen van de imaginatie of 'vision' - The queenly power of the imagination - tot ontwikkeling te brengen; staat hij daarin niet in de traditie die Paulus in 2 Kor 6 :4-6 beschrijft?

Gnosis, in haar breedste betekenis, is dus niet beperkt tot een bepaalde literatuur of godsdienst, of tot een bepaalde leraar. Het is het directe kennen van de diepere, zo u wilt, hogere innerlijke werelden. Reeds in de tijd van de Apostel Paulus betekende het woord gnosis ’inzicht’, het ’beleven van verborgen dingen’ of ’de kennis waardoor iemand een vrij mens wordt’. In bijv. 2 Kol 12 vertelt Paulus over ‘de visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt—over iemand die tot in de derde hemel werd weggevoerd….tot in het paradijs”. In het gebed van Paulus, dat hieronder is opgenomen, wordt de gehele innerlijke, gnostische weg die Paulus aflegde door ‘de hemelen’ beschreven.

 

HET GEBED VAN PAULUS DE APOSTEL

(Gnostisch, uit de Nag Hammadi Geschriften - NHG 1,1)

 

O Vader, brenger van het Licht
Schenk mij uw Licht, schenk mij Uw genade
O Verlosser, verlos me, want als de uwe ben ik uit U voortgekomen 

U bent mijn bewustzijn, wek het in mij op
U bent mijn schatkamer, open deze voor mij

U bent mijn volheid: ontvang mij
U bent mijn rust, geef mij de volkomenheid, die nimmer kan worden aangetast U roep ik aan, U die is en die pas voordat alles tot aanzijn kwam. Door de naam van Hem die boven ieder naam verheven is, door Jezus Christus, de Heer der Heren, de koning der eonen. Schenk mij uw gaven, die U niemand ooit hebt ontzegd. Door de Zoon des mensen, de Geest, de trooster (parakleet) der waarheid. Geef mij kracht als ik U erom bid, Geef mij genezing voor mijn lichaam als ik daarnaar verlang

Door de brenger van de goede boodschap (evangelist) en verlos mijn eeuwige lichtziel en mijn geest en openbaar de eerstgeborene van de volheid (pleroma) van de genade in mijn bewustzijn.

Schenk mij wat geen engelen-oog heeft aanschouwd, en wat geen archonten-oor heeft gehoord, en wat niet is opgekomen in de harten van de mensen die tot engelen zijn geworden omdat ze geschapen zijn naar het beeld van de God van de sterfelijke ziel zoals die vanaf het albegin af is gevormd.
Want ik heb geloof en hoop gekregen, schenk mij uw geliefde uitverkoren en gezegende grootheid, o eerstgeborene, eerstverwekte - wondermysterie van Uw huis ( = de Preëxistente, eeuwige Christus). Want aan U is de eer, en de glorie, en de lof en de majesteit in der eeuwen eeuwen, amen.

 

In vrede - Christus is heilig.

 

Geraadpleegde bronnen:

  1. Slavenburg en Glaudemans, Nag Hammadi-Geschriften 1.1 (4e druk 2007)
  2. Pr. R. Engelse, kerkblad Rotterdam, 2008
  3. De apostel Paulus, mozaïekfragment afkomstig uit de apsis van de Oude Sint-Pieter. Pio Cristiano Museum (Vaticaanse Musea), Rome, Italië.

 

 

 

 

 

Wij hebben allemaal te maken, of wij willen of niet, met COVID19 bij ons corona genoemd.

Er gaat een golf, een tsunami, van alle denkbare menselijke emoties door de wereld. Van diepe angst, onzekerheid, acceptatie  tot totale onverschilligheid.

Diep op de vermeende oorsprong van dit virus en de consequenties voor onze wereld ga ik niet in, ook al zitten daar een paar heel interessante theorieën bij.

Naast alles wat op ons afkomt is er ook plaats voor een glimlach, daarom neem ik jullie verder op in de tekst mee in de bonte wereld van het Italiaanse volksgeloof.

Hoe COVID19 gekoppeld werd aan het woord corona is inmiddels wel bekend.

Is het echter helemaal toeval dat deze naam boven kwam drijven in de laboratoria? Een corona is nl. niet zomaar iets, een kleine toelichting.

Allereerst is er de corona van onze zon, de hete atmosfeer rondom de zon en sterren die zich uitstrekt over miljoenen kilometers. Bij een volledige zonsverduistering of met behulp van een coronagraaf waarneembaar als een lichtkrans.

 Dan is er de kroon als hoofdtooi. Over die kroon schreef Pr. Tom Fokker o.a. het volgende:

"Het is meer dan alleen maar een zuiver uiterlijk teken, het geeft juist een geestelijke hoedanigheid aan en kan gezien worden als het zichtbaar maken van een geestelijke of psychische kwaliteit".

"De kroon is te vergelijken met het bewust gebruik kunnen maken van de kosmische krachten".

Uitgebreider kunt u hier over lezen in zijn boekje "Kroon en Mijter als hoofdbedekking".

Vrij geïnterpreteerd, of om het populair te zeggen, in Jip en Janneke taal:

De invloed van COVID19/corona strekt zich over de hele wereld uit en geeft ons de kans bewust gebruik te maken van de kosmische krachten en geestelijk te groeien.

In tijden van nood en chaos zoeken mensen steun en dat kan in religie en godsdienst zijn. Iemand dacht " corona"? Wacht eens even er is vast een heilige Corona!

Zo kwam het dat deze heilige tot beschermheilige bij pandemieën werd gebombardeerd. In eerste instantie vond ik het ook een bijzondere coïncidentie, tot ik er eens goed naar keek.

Santa Corona is nl. helemaal geen beschermheilige bij menselijke pandemieën! Zij is wat men noemt een "invented tradition", een uitgevonden traditie!

De heilige Corona is onlosmakelijk verbonden met de Heilige Vittore (Victor), vanaf hier noem ik beiden op zijn Italiaans S.ta (santa) Corona en S. (san) Vittore. Wie zijn deze twee redelijk anonieme heiligen? Misschien refereert Vittore naar de victorie van het geloof over beproevingen uit en Corona aan de martelaarskroon?

Op zoek naar verdere informatie over S.ta Corona, kwam ik o.a. bij de Cathopedia terecht, die melding maakt van over de 9.900 tot 15.000 katholieke martelaren, zaligen en heiligen.

Concreet is er buiten haar feestdag weinig te vinden, maar in legenden en volksgeloof gelukkig wel.

Helemaal onbekend is zij ook niet want er zijn kerken die haar naam dragen.

De katholieke kerk viert haar feestdag, samen met die van S. Vittore op 14 mei, Orthodoxen op 24 november of 11 november volgens de Juliaanse kalender.

Nabij het dorp Feltre (Anzù) in Noord Italië, vlak bij de door het coronavirus ernstig getroffen regio van Bergamo, aan de voeten van de berg Miesna, staat de kerk van S. Vittore en S.ta Corona. Opgericht na de eerste kruistocht door kruisvaarders uit Feltre.

Buiten Anzù zijn er o.a. in het Duitse Unterreit, het Franse Ennezat en het Italiaanse Grazzano Badoglio kerken gewijd aan deze twee heiligen.

S.ta Corona wordt aanbeden in Oostenrijk en het oostelijk deel van Beieren.

Zij wordt vnl. gezien als de patroonheilige van gokkers, grafdelvers, schatgravers en slagers. In het Oostenrijkse gehucht Sankt Corona am Wechsel (400 inwoners) werd/wordt zij aangeroepen bij vee-epidemieën en bij allerhande rampspoed, daarnaast is zij patroon- heilige van houthakkers (haar beeltenis werd in het bos in een boom gevonden).

Heel vaag ontstaat hier een verband tussen ziekte bij het vee en ziekte bij de mens (ook een zoogdier). Net als in Anzù is het menselijk een verband tussen S.Corona en het virus te leggen.

De hagiografische (levensbeschrijving van heiligen) studies m.b.t. deze twee heiligen zijn lastig. Het is een wirwar aan legenden en informatie.

Er is ook onduidelijkheid over de plek waar zich alles heeft afgespeeld. De Griekse lezing spreekt over Damascus, de Koptische over Antiochië en de Latijnse bronnen spreken over Alexandrië in Egypte en Sicilië. Ook over het jaartal is onduidelijkheid.

Volgens de "Illustre Certamen", een tekst opgesteld door een diaken van de Antiochische kerk in de IV eeuw, was Vittore een christelijke soldaat uit Cilicia (huidig Turkije), gestationeerd in Egypte. Tijdens de Christenvervolgingen onder keizer Marcus Aurelius werd hij aangegeven bij de prefect Sebastiaan, die hem in 168 of 171 ter dood veroordeeld.

Vittore werd gemarteld. Al zijn gewrichten werden gebroken, hij werd voor 3 dagen in een hete oven gegooid, een magiër diende tot twee maal toe gif toe, kokende olie werd in zijn mond en over zijn lichaam gegoten, zijn vlees werd verbrand met toortsen, hij kreeg ongebluste kalk met azijn te drinken en zijn ogen werden uitgestoken, hij werd 3 dagen ondersteboven gehangen en levend gevild.

Een jong meisje, nog geen 16 jaar en vrouw van een wapenbroeder (in andere legendes is zij de vrouw van Vittore) werd geraakt door zijn standvastigheid in het geloof. Ondanks alle folteringen gaf hij zijn Christen zijn niet op.

Zij bleef bij hem en steunde en moedigde hem aan vol te houden, gaf hem kracht door te vertellen dat zij in een visioen twee kronen uit de hemel had zien neerdalen, één voor Vittore en één voor haar. Dit meisje was Corona (de Latijnse naam voor Stephania).

Doordat zij verklaarde ook Christen te zijn, werd zij gearresteerd, kort ondervraagd en met haar voeten aan twee naar beneden gebogen palmen vastgemaakt. De palmen werden losgelaten en hierdoor werd zij levend in tweeën gedeeld.

Vittore werd na al zijn folteringen onthoofd. Na zijn executie stroomde er bloed vermengd met melk uit de wond. Bij het zien van dit wonder bekeerden velen zich tot het Christendom en doopten brood in de melk en bewaarden dit als relikwie.

Hierna begint een lange en avontuurlijke reis van de lichamen. Hierover bestaan verschillende versies. Uit die wirwar, haal ik er een paar.

Via omzwervingen komen de lichamen een paar jaar na hun dood ( via Cyprus) aan in Le Marche (de Marken), in de haven van Numana, samen met het lichaam van de heilige Filippus. In 1193 worden zij verplaatst via Castelfidardo (waar een arm bewaard wordt) naar de stad Osimo. Van beide steden waren zij patroonheiligen tot 1967, waarna die eer San Giuseppe da Copertino toe viel.

Tijdens de Saraceense invasie werden de relieken verstopt uit angst voor ontheiliging en in 1432 pas weer opgegraven. In 1662 werd er onderzoek op gedaan door bisschop Antonio Bichi.

Een andere bron meldt dat S. Vittore inwoner van Ocriculum zou zijn. Zijn lichaam werd in 171 door soldaten naar Rome gebracht over de Tiber. Zij verstopten zijn lichaam in een kleine onderaardse ruimte vlak bij de rivier. In 540 zou de bisschop Otricoli Fulgenzio de heilige weer ontdekt hebben en zijn lichaam naar het hoofdaltaar van de aan hem gewijde kerk gebracht hebben. Rond 601 wordt Ocriculum compleet verwoest door de Longobarden en raakt de heilige in de vergetelheid. In 1351 laat bisschop Narni het lichaam uit de in ruïne zijnde kerk halen en brengt het naar een crypte in de Santa Maria Assunta in Otricoli samen met de gevonden plaquette betreffende de heilige,  achtergelaten door Bisschop Fulgenzio in 540.

Vittore en S.ta Corona komen uiteindelijk vanuit Venetië in de IX eeuw in Feltre aan waar op de berg Miesna tussen 1096 en 1101 een heiligdom voor ze opgericht wordt. Onderweg zijn er delen van hun lichamen achtergebleven als relieken. Het hoofd van S.Vittore en een arm van S.ta Corona zouden in Praag zijn.

S.Vittore is lang in Venetië gebleven, er werd een kerk voor hem gebouwd, de San Vittore, later geherstructureerd en omgedoopt tot S. Moisè Profeta (Mozes).

Het is onduidelijk waar de resten van S. Corona in deze tijd zijn.

Maar dan komt het moment dat beiden naar het Noorden gebracht worden.

Het vervoer vanaf Venetië over de rivier de Piave in een boot en door een dal op een kar gaat niet zonder slag of stoot, deze geschiedenis krijgt een poëtisch randje.

De kisten gaan op een door paarden getrokken kar via een smal dal op weg naar de berg Miesna. Op het laatste stuk weigeren de paarden echter verder te gaan.

Wat er ook geprobeerd wordt door de menner, geen beweging. Er komen verse paarden, ze proberen het met ossen, de aanwezige bisschop bidt met de gelovigen.......Niets, de kar is niet voort te bewegen.

's Nachts verschijnt S. Vittore gekleed als soldaat aan een eenvoudige oude vrouw uit Anzù (Feltre) en geeft haar opdracht twee vaarzen voor de kar te laten spannen en ze vrij te laten lopen, niet te mennen.

's Morgens verteld ze dit aan het dorp en wordt uitgelachen,  maar uiteindelijk probeert men het toch omdat er geen beweging in de kar te krijgen is.

En zo gebeurd het dat de twee vaarzen de kar trekken, vrijwillig door het bos de berg op lopen en op een weide stoppen. Op die plek zal tussen 1096 en 1101 het heiligdom gebouwd worden voor de twee heiligen. De datum dat ze op de berg aankomen is 18 september en langs het pad naar boven zijn in een kapelletje nog altijd de hoefafdrukken van de vaarzen en de afdruk van de stok van de vrouw te zien.

In 1943 en 1981 wordt er onderzoek gedaan naar de resten in Anzu, in 1981 door de Universiteit van Padova. Als men op 19 mei 1943 de graven opent, vindt men een loden tablet uit de VIII-IX eeuw waaruit blijkt dat de heilige Teodoro di Nicomedia in 205 de lichamen naar Cyprus gebracht heeft.

Vast kwam te staan dat het een man en een vrouw betrof, dat de relikwieën onomstotelijk uit de Oriënt kwamen vanwege de aangetroffen ceder pollen .

Deze twee heiligen en vooral S.ta Corona zijn weer tot leven gewekt en houden de gemoederen bezig. Zo realiseerde de dom van Aken zich dat zij relikwieën van de heilige bezitten, door Keizer Otto III (983-1002) naar Aken gebracht.

Weliswaar in een schrijn samen met een reliek van de net zo onbekende Sint-Leopardus, maar nu opgepoetst en tentoon gesteld.

14 mei ligt al achter ons, maar laten wij een kaarsje voor S.ta Corona branden……………....kwaad kan het niet!

Diaken Imelde Ruberti

 

 

 

 

 

 

Wijsheid

Wijsheid ontstaat uit de combinatie van liefde en levenservaring.

Liefde ontwikkelt zich in het hart van de mens en levenservaring ontstaat door rustig te leven.

Dit betekent dat wijsheid in de mens kan groeien naar een hoger niveau.

Elke levenservaring maakt de mens wijzer. Bovendien voedt het goddelijke in ons de wijsheid. Onze geest verzamelt inzicht. Inzicht helpt ons om de ervaringen te begrijpen. Dit kunnen zowel innerlijke als uiterlijke ervaringen zijn. Vooral de innerlijke ervaringen worden beter begrepen als we over inzicht beschikken. Met inzicht bedoel ik hier o.a.:

- Dat God in ons woont

- Dat de wet van oorzaak en gevolg bestaat

- Dat wij meerdere keren incarneren.

Deze drie zijn essentieel voor de innerlijke aanwijzingen in de vorm van:

- Dromen

- Intuïtie en

- Het horen van de Stille Stem in ons binnenste.

Het horen van de Stille Stem in ons binnenste is een bevestiging dat God in ons woont en ons lief heeft. Want alle innerlijke aanwijzingen zijn liefdevol en ondersteunend.

De wet van oorzaak en gevolg maakt ons duidelijk dat wat we zaaien ook zullen oogsten.

Zonder de kennis van de wet van oorzaak en gevolg in combinatie met het vaker incarneren is het moeilijk te verklaren dat mensen sterk uiteenlopende levens hebben. De een in armoede, de ander in rijkdom. Als we alles willen leren wat we nodig hebben om een volmaakt mens te worden dan hebben we daar meerdere levens voor nodig.

Voegen we daar aan toe dat wij een vrije wil hebben dan wordt uit deze vier duidelijk dat het aan de mens ligt hoe we met elkaar omgaan.

Immers elke handeling heeft gevolgen; de juiste hebben voldoening tot gevolg, de niet juiste leveren problemen op en soms pijn. Daarmee groeit inzicht zodat je de volgende keer beter gaat handelen en spreken. Dit leidt op den duur tot innerlijke stabiliteit, harmonie en vrede.

Het is vooral vrede die vrede aantrekt en daarmee niet-vrede uitsluit. Dat dient allen.      

Hieruit kun je afleiden dat de gedachten en handelingen van alle mensen samen vrede in de wereld mogelijk maken. Als mens hebben we de mogelijkheid een bijdrage te leveren aan het ontstaan van vrede op aarde. De meest effectieve manier daarvoor is de signalen opvangen die je van binnen worden aangereikt en daar naar handelen. Als je dat doet dan verandert je leven.

Geef je steeds vaker gehoor aan de signalen die van binnenuit komen dan leidt dit tot het inzicht dat het goddelijke in ons het sturende element is.

Als geleidelijk duidelijk wordt dat die sturing bevorderlijk is voor ons leven dan komt er een moment dat we ons daar in vrije wil aan willen overgeven.

Dit is zo omdat het goddelijke als hoofdkenmerk heeft, dat het alles bestuurt in volmaakte orde. Die volmaakte orde is in de kern van elk mens aanwezig.

Het naar boven halen van die volmaakte orde is het meest wijze besluit dat een mens kan nemen.

De transformatie die daardoor tot stand wordt gebracht zorgt voor de omslag van menselijke orde op aarde naar Goddelijke orde

Theo Mensink

 

 

 

Franciscus van Assisi

Als er één heilige is geweest die tot onze verbeelding spreekt als toonbeeld van vrede, dan wel Sint Franciscus van Assisi. Zijn volgelingen wensen je - geheel in zijn stijl - tot op de dag van vandaag ‘vrede en alle goeds’.

Toen in Gubbio de bevolking werd bedreigd door een hongerige wolf, die zelfs babietjes wegroofde en ze aan haar jongen te vreten gaf, stapte Franciscus er op af, en sloot vrede tussen de wolf en de bevolking. Sommige uitleggers menen dat het hier een bandiet betreft die in het verhaal als wolf wordt voorgesteld. Bij een andere gelegenheid bewerkte hij vrede door een troep snaterende ganzen in een stel ruziënde mensen te drijven………….

De vrede was hem dierbaar. In zijn Zonnelied wijdt hij er een couplet aan:

Wees geloofd, mijn Heer
door hen die vergeven
uit liefde tot U
wat hun is aangedaan;
die bij ziekte en verdrukking
hun geduld niet verliezen.
Zalig die ze in vrede doorstaan,
want door U, allerhoogste,
worden zij gekroond.



Indrukwekkend is zijn gebed om vrede. Het werd wereldberoemd, omdat het als lied werd gezongen bij de uitvaart van prinses Diana in september 1997: ‘Make me a channel of thy peace…’)

Gebed om Vrede:

Heer, maak mij tot instrument van uw vrede:
- dat ik, waar haat is, liefde breng;
- waar schuld is, vergeving;
- waar tweedracht is: eenheid;
- waar dwaling is: waarheid;
- waar twijfel is: geloof;
- waar wanhoop is: hoop;
- waar duister is: licht;
- waar narigheid is: blijheid.

Geef, dat ik zoek
niet zozeer getroost te wórden, dan wel te troosten;
niet zozeer begrepen te wórden, dan wel te begrijpen;
niet zozeer bemind te wórden, dan wel te beminnen.

Want wie geeft, ontvangt;
wie zichzelf vergeet, vindt zichzelf;
wie vergeeft, wordt vergeven;
wie sterft, krijgt eeuwig leven.

                                                      Amen.