Lezingen van de zondag

O God, de gaven die Gij ons hebt bereid, gaan alle begrip te boven.
Moge ons hart zo met liefde tot U worden vervuld,
dat wij die liefde in voortdurende dienst aan onze medemensen mogen tonen.
Door Christus onze Heer.

Alternatieve lezing

Zeg daarom vanuit je hart dat jullie nu reeds de volmaakte dag zijn en dat in jullie licht woont en dat nooit dooft.

Spreek over de waarheid met hen die daar naar zoeken, en over de kennis tot hen die in hun dwaling een misstap hebben begaan.

Verstevig de voeten van hen die gestruikeld zijn en reik de hand aan hen die ziek zijn, voed de hongerigen en geef de vermoeiden rust, help hen die willen opstaan overeind en wek hen die slapen uit de droom.
Want gij zijt de wijsheid die opbeurt. 
Als kracht zo handelt vermeerderd zij nog aan kracht.
Sla alleen acht op jezelf en bekommer je niet om andere zaken die je al verworpen hebt.

Want wie zonder de Wet leeft, doet meer schade aan zijn ziel dan wie wel volgens de Wet leeft.
De daden van de eerste zijn dan ook wetteloze, die van de laatste zijn rechtvaardige daden onder de mensen.
Doe daarom de wil van de Vader, want je stamt van Hem.

Want de Vader is mild en wat Zijn Wil is, is goed.


Wanneer de Mensenzoon komt in Zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op de troon van Zijn majesteit. Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken. De schapen zal Hij plaatsen aan Zijn rechterhand, de bokken aan Zijn linkerhand.

Dan zal de Koning zeggen tot hen, aan Zijn rechterhand: “Komt, gezegenden, van Mijn Vader en ontvangt het Rijk dat voor u bereid is vanaf de grondvesting van de wereld. Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed. Ik was ziek en gij hebt Mij bezoek gebracht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.”

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen wij U ziek, of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken?” Dan zal de Koning hun antwoorden: “Voorwaar, Ik zeg u: Wat gij voor eén van Mijn geringste broeders gedaan hebt, dat hebt gij voor Mij gedaan.”

Maar dan zal Hij zeggen tot hen die aan de linkerhand staan: “Gaat weg van Mij. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen, naakt en gij hebt Mij niet gekleed. Ik was ziek en in de gevangenis en gij zijt Mij niet komen bezoeken.”

Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen: “Heer wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hielpen U niet?” Daarop zal Hij antwoorden: “Voorwaar, Ik zeg u: Al wat gij niet voor één van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan.”