Zondag 31 mei -Heilige Drievuldigheid
Collectegebed
Almachtige God,
in ons waarachtig geloof hebt Gij ons gegeven de heerlijkheid van de eeuwige Drievuldigheid te erkennen en door de kracht van de Goddelijke majesteit de eenheid te aanbidden.
Mogen wij getrouw blijven aan dit inzicht en steeds tegen afdwaling beschermd zijn.
Gij, Die leeft en heerst, één God in alle eeuwen der eeuwen.
Alternatieve lezing

Uit de Nag Hammadi-geschriften,
de Drievoudige Verhandeling (Codex I, Boek 5)
Wat nu het waarachtige doopsel betreft, waarin de Totaliteiten[1] zullen nederdalen en waarin zij aanwezig zullen zijn: er is geen ander doopsel dan alleen dit.
Het is de verzoening in God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Dit is het op een onzichtbare manier bereiken van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in een twijfelloos geloof. En wanneer zij van hen getuigd hebben, is het ook met de vaste hoop dat zij hen – Vader, Zoon en Heilige Geest – zullen bereiken, zodat de terugkeer tot hen de volmaaktheid zou mogen worden van hen die in Hen hebben geloofd en zo, dat de Vader één met hen zou worden, de Vader, God, die zij in geloof hebben beleden en die hen in kennis met zich verenigde.
Het doopsel dat wij hiervoor vermeldden, wordt genoemd het ‘kleed van hen die het niet uittrekken’, want het wordt gedragen door hen die het aannemen en gered zijn.
Waarom zou men het doopsel een andere naam geven dan ‘al wat is’, de Totaliteit, aangezien de talloze namen die gebruikt worden slechts verwijzen naar wat ieder woord overstijgt, iedere stem en ieder bewustzijn en alles te boven gaat en iedere stilte overtreft.
Zo is het met allen die worden wat Hij is. Zo ontdekken ze wat Hij werkelijk is: onuitsprekelijk en onbevattelijk naar Zijn aard, teneinde tot bestaan te komen in hen die weten, doordat ze hem begrepen hebben.
Hij die de Ene is en die zij verheerlijken.
[1] Totaliteiten: manifestaties van de Vader, de Vader vanuit de eenheid breidt zich uit.
Evangelie

Uit het heilig Evangelie naar de beschrijving van Johannes,
te beginnen met hoofdstuk 14, vers 6.
Jezus sprak: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Wie Mij ziet, ziet de Vader.
Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Ik en de Vader, Wij zijn één. Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Dit is Mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.
Wanneer echter de Helper komt, die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij Mijn leerlingen zijt; als gij de liefde onder elkaar bewaart.”
