Lezingen van de zondag

Zondag 11 januari, in octaaf Driekoningen

Collectegebed

(Epifanie, 6 januari)

O God, Die door een leidende ster onze Heer aan de wijzen uit het Oosten openbaarde,
wij bidden U die ontvankelijkheid in ons te wekken,
opdat ook wij het licht van Christus als onze leidende ster zullen zien.
Door Christus onze Heer.

Toen het Hem dan behaagde dat Zijn geliefde Zoon Zijn Naam zou zijn, en Hij deze Naam gaf aan hem, die uit de diepten voortkomt, sprak hij van Zijn Verborgene, wetend dat de Vader louter goedheid is.

Om die reden ook zond Hij hem uit opdat hij zou spreken over de plaats en over Zijn Plaats van Rust waarvandaan hij is uitgegaan, en opdat hij de volheid -het pleroma- zou verheerlijken, de grootheid van Zijn Naam, en de mildheid van de Vader.

Hij zal spreken van die plaats waaruit eenieder voortgekomen is, en naar het gebied waarin ieder zijn ware wezen ontvangen heeft zal hij zich haasten terug te gaan, en te nemen van die gindse plaats -die plaats waar hij ooit stond- en smaak te krijgen van die plaats en zich ermee te voeden en te groeien.

Zijn eigen Plaats van Rust dat is zijn Volheid, het pleroma. Hierom zijn alle wezens die van de Vader zijn uitgevloeid[1] volheden[2], want alle wezens die uit Hem zijn voortgevloeid, hebben hun wortels in Hem, die hen allen uit Zichzelf deed ontspruiten.


[1] Uitvloeisels: Emanaties
[2] Pleroma’s


Bezoek van de Wijzen

Toen Jezus te Bethlehem in Judea geboren was ten tijde van Koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen: “Waar is de pasgeboren Koning van de Joden? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.”

Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hen de vraag voor, waar de Christus moest geboren worden.

Zij antwoordden hem: “Te Bethlehem in Judea. Zo immers staat er geschreven bij de profeet: ‘En gij, Bethlehem, landstreek van Juda, gij zijt voltrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over Mijn volk Israël.’”

Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: “Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar dat Kind, en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan, opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.”
Na de koning te hebben aangehoord, vertrokken ze.